|
PDF-bestanden kunnen gelezen worden met behulp van de
Acrobat Reader.
De
Acrobat Reader is
gratis
te
downloaden.
| |
Interviews 2011
Aan het woord de heer
Stefan Kattenberg, locatie directeur van obs 't Prisma

De samenwerking met het Einstein Lyceum biedt veel. Voor alle leerlingen in
het openbaar onderwijs geldt dat de doorstroming tussen het basisonderwijs en
voortgezet onderwijs ook inhoudelijk is afgestemd. Leerkrachten kennen elkaar en
volgen samen workshops die door het expertise centrum worden gegeven. Het
expertise centrum bestaat uit vertegenwoordigers van alle openbare scholen
(Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam) van Hoogvlietse basisscholen en het
Einstein Lyceum.
Door de korte lijnen zijn de voordelen duidelijk. Het Einstein Lyceum weet
welke leerlingen ze in huis krijgen en kan daardoor leerlingen, die daarvoor in
aanmerking komen, extra kansen bieden. Een plaatsingsgarantie op grond van het
basisschooladvies wordt om die reden dan ook gegeven. Dit houdt in dat het
advies van de openbare basisschool door het Einstein Lyceum wordt overgenomen.
 
Interview met Jan Trommel, directeur van obs De
Notenkraker
Wat is volgens u de kracht van de Hoogvlietse samenwerking? Is dat de
verlengde lestijd bij het basisonderwijs of ligt dat anders?
Jan Trommel: Mijns inziens ligt dat anders. Naast extra lestijd investeren we
vooral in de professionalisering van leerkrachten. Doordat we zelf experts
hebben laten opleiden die onze leerkrachten workshops en begeleiding bieden,
hebben we de opleiders op school. Deze investering levert in een redelijk kort
tijdsbestek op, dat onze leerkrachten nog betere lessen aan uw kinderen geven.
Dit resulteert natuurlijk in betere prestaties van alle leerlingen.
Hoe ziet u de samenwerking tussen de openbare basisscholen en het Einstein
Lyceum? Is dat wel nuttig?
Het is zoals ik net zei. De verschillen tussen het basis- en voortgezet
onderwijs lijken misschien groot, maar we hebben met hetzelfde leerproces te
maken met dezelfde leerlingen. Bovendien is het goed dat we zaken op elkaar
afstemmen door bijeenkomsten voor basis- en voortgezet onderwijs te organiseren.
Bij taal, rekenen en studievaardigheden levert dat veel winst voor de leerlingen
op. Bovendien vinden onze leerkrachten/docenten het leuk elkaar te ontmoeten. Zo
verkleinen we de kloof tussen beide onderwijstypen wat uiteindelijk voor de
ouders en leerlingen de plaatsingsgarantie oplevert. Het Einstein heeft op grond
van de samenwerking een vmbo-tl plus stroom opgericht waar men door extra taal
en rekenen de kansen op een vmbo-tl diploma optimaliseert, maar ook vmbo-tl
leerlingen die naar de havo willen op voorsprong zet.
Wat vindt u van de inzet van ICT?
ICT is een middel, geen doel. We willen het in Hoogvliet om die reden wel
gebruiken, maar het gaat ons in eerste instantie om de inhoud omdat de leerling
daar in zijn opleiding iets mee moet.
Hoe ziet u de samenwerking tussen de BOOR scholen in de komende jaren?
Ik zie dat dit zeker verder gaat groeien. We kunnen door de krachten te bundelen
veel winst maken zonder dat de eigenheid van elke locatie daarbij in het geding
komt. Het openbaar onderwijs in Hoogvliet is goed bezig en de Notenkraker levert
daar graag een bijdrage aan.
Interview met Jan van der Meer

De basisscholen van
stichting BOOR hebben natuurlijk een directeur. Daarnaast heeft de
bovenschools manager de taak er voor te zorgen dat bovenschoolse zaken soepel
verlopen. Interview met de bovenschools manager Jan van der Meer van het
PO over Hoogvliet en de Hoogvlietse samenwerking.
Wat merkt Hoogvliet van het beleid van het bestuur en wat zien we daarvan in
de scholen?
Het bestuur faciliteert, en probeert tegelijkertijd scholen te richten op
waar het om draait: goed onderwijs voor de Hoogvlietse leerling. In Hoogvliet
vind je dat op de werkvloer terug: Er werken betrokken mensen die het beste uit
de leerlingen proberen te halen. Die basis is goud waard en moeten we koesteren.
Wat is het beleid van het bestuur in deze focussing?
Het gaat erom het leerproces van de leerlingen te optimaliseren. Zo wordt er
op alle scholen gewerkt aan extra taal en rekenen, omdat dit leerlingen verder
helpt. Daarbij wordt er door onderwijstijdverlenging ook daadwerkelijk meer tijd
in gestoken. Het belangrijkste is echter dat er goed wordt nagedacht over hoe er
wordt lesgegeven, ook in de reguliere lessen. Het laatste stralen we ook uit. Je
merkt het als je een school binnenloopt: er is betrokkenheid bij de leerlingen.
Hoe werken de scholen (basis en voortgezet onderwijs) samen en waarom?
Collega’s in het onderwijs leren eigenlijk elke dag omat alle leerlingen
anders zijn en ook elke dag een eigen dynamiek heeft. Doordat ze met elkaar in
bijeenkomsten nadenken hoe het onderwijs op een effectieve manier vormgegeven
kan worden, wisselen ze kennis, maar soms ook gewoon tips en kennis met elkaar
uit. Doordat zij de krachten bundelen, kunnen ze de leerlingen nog beter
bedienen en maken we met elkaar een slag vooruit. Bovendien wordt er expertise
uitgewisseld als deze op de ene school wel, en op de andere school of locatie
minder aanwezig is. Het verschil tussen het basisonderwijs en het voortgezet
onderwijs is daarbij geen onderwerp: het betreft dezelfde leerlingen met
dezelfde problemen maar ook vaak met dezelfde inspirerende competenties.
Heeft de samenwerking tussen basis- en voortgezet onderwijs je
verbaasd?
Nee, het gaat erom dat je je in het onderwijs laat verrassen door de
leerlingen. Hoe stel je de ambities zo hoog dat dit leerlingen uitdaagt en
verder brengt. Daar gaat het om en dat is iets wat de Hoogvlietse openbare
scholen met elkaar gemeen hebben. Natuurlijk gaat er dan ook wel eens wat fout,
maar de basis is dat leerlingen kansen worden geboden en zij zich optimaal
kunnen ontwikkelen.
Het gaat om het ontdekken van uitzonderlijke kwaliteiten bij leerlingen en het
ontwikkelen van de basis om daarop voor te borduren. Alle openbare scholen in
Hoogvliet hebben hun trekkers extern laten scholen zodat zij hun collega’s
verder kunnen helpen. Dat begon op het Einstein Lyceum, maar is nu Hoogvliet
breed bij het openbaar onderwijs ingevoerd. Doordat de scholen zichzelf
ontwikkelen kunnen zij nog beter de leerlingen bedienen. Daarbij wordt gebruik
gemaakt van de eigen kracht per school, maar ook van de gezamenlijke kracht van
het totaal. Het vertrekpunt daarbij is telkens weer de leerling. Daar kunnen we
trots op zijn in Hoogvliet.
|